Online Calculator en Rekentools

Box 3 - Sparen en Beleggen



Box 3: Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen

Wanneer u vermogen zoals spaargeld, aandelen of een tweede woning heeft is box 3 voor u van toepassing. Het saldo belastbaar inkomen in box 3 wordt berekend zoals in box 1 en 2, de inkomstbronnen worden bij elkaar opgeteld en de aftrekposten worden daarvan afgetrokken. De inkomstbronnen en de aftrekposten die hierbij horen worden hieronder weergegeven.

Bezittingen Box 3:

  • Aandelen, obligaties, winstbewijzen en opties
  • Bank- en spaartegoeden
  • Uitgeleend en contant geld
  • Tweede woning
  • Onroerende zaken (overige)
  • Niet-vrijgestelde deel van uw kapitaalverzekeringen
  • Rechten op periodieke uitkeringen
  • Overige bezittingen

Om een duidelijker beeld te krijgen bij de bezittingen van box 3 gaan we hier wat verder op in, in onderstaand overzicht worden de bezittingen wat uitgebreider behandeld.

Uitleg bezittingen Box 3

Onder deze categorie vallen aandelen, obligatird, wijstbewijsen en opties niet bij het aanmerkelijk belang in box 2 horen, het niet-vrijgestelde deel van uw groene beleggingen en aandelen in beleggingsfondsen. De waarde bepaalt u door de slotwaarden die op 1 januari(aangifte jaar) aan te houden.

De waarde van de bank- en spaartegoeden die u moet aangeven is het totaalsaldo van uw bank-en spaartegoeden op 1 januari van het van aangifte. Bent u in bezit van geblokkeerde spaartegoeden? Dan moet u het bedrag aangeven dat boven de vrijstelling spaarloonregeling valt van €17.025,-

Geld dat u thuis heeft liggen of uitgeleend heeft (schenking op papier) behoren tot deze categorie. Onder contact geld verstaan we niet alleen euro's maar ook waardebonnen. Het bedrag dat u moet aangeven in box 3 is het totaal - de vrijstelling. De vrijstelling is €520,- zonder fiscale partner en €1.040,- met fiscale partner.

Een vakantiehuis binnen of buiten Nederland valt onder de noemer tweede woning, dit geeft u dus aan als bezitting in box 3. De waarde bepaalt u door de WOZ-waarde door te geven met als waardepeildatum 1 januari van het jaar voor het jaar van de aangifte. 

U moet dan denken aan een pand of woning die u verhuurt, een los perceel en een garage die niet aan de woning vast zit. De waarde bepaalt u door de WOZ-waarde door te geven met als waardepeildatum 1 januari van het jaar voor het jaar van de aangifte. Niet-vrijgestelde deel van uw kapitaalverzekeringenNiet-vrijgestelde deel van uw kapitaalverzekeringen.

Wanneer u beschikt over een verzekering die een kapitaal uitkeert bij leven of overlijden dient u die aan te geven in box 3. De uitkering moet gaan over uzelf, uw (fiscale) partner of een bloed- en aanverwant. Wanneer uw tegoed op de bankrekening + het maximaal verzekerd kapitaal uit een kapitaalverzekering hoger is dan € 6.956 dan dient u die in box 3 aan te geven.

Dit is pas van toepassing als u voldoet aan de volgende 3 voorwaarden:

  • U heeft de lijfrenteverzering afgesloten voor 16 oktober 1990
  • U heeft na 13 september 1999 jaarlijks meer dan € 2.269,- aan premies betaald
  • U heft deze premies niet afgetroken

Als u aan deze 3 voorwaardes voeldoet dient u het deel van het recht dat voorkomt uit premes boven de € 2.269,- aan te geven.

Overige bezittingen die hierbij van toepassing zijn zijn:

  • Vruchtgebruik of beperte eigendom van een spaarrekening
  • Bitcoins of andere virtuele betaalmiddelen
  • Roerende zaken die u in het jaar van aangifte verhuurt
  • Afgezonderd particulier vermogen
  • Het recht op het gebruik van een pand waarvoor u minder dan 1 keer per jaar voor betaalt.


Aftrekposten Box 3:

  • Saldo op bankrekening (negatief saldo)
  • Schulden voor comsumptiedoeleinden
  • Hypotheekschulden die niet bij Box 1 horen
  • Schulden voor de financiering van een tweede woning of andere onroerende zaken
  • Studieschulden (wanneer u geen recht op aftrek had bij scholingsuitgaven)
  • Schuldbedrag persoonsgebonden budget
  • Schulden voor de financiering van aandelen
  • Schuld door schenking op papier
  • Toeslagenschuld
  • Kinderalimentatie

Om een duidelijker beeld te krijgen bij de schulden van box 3 gaan we hier wat verder op in, in onderstaand overzicht worden de schulden wat uitgebreider behandeld.

Uitleg schulden Box 3

Wanneer u een negatief saldo op uw bankrekening heeft kunt u dit aangeven als schuld in box 3.

Heeft u schulden voor een vakantie of auto? Geef deze dan op als schuld in box 3.

In box 3 horen hypotheekschulden die niet gebruikt zijn voor de aankoop van een huis maar voor de aankoop van een een auto of voor het inrichten van uw huis.

Wanneer u schulden heeft voor de financiering van een tweede woning of andere onroerende zaken dient u die aan te geven in box 3. 

Heeft u geen recht op aftrek voor scholingsuitgaven? Dan kunt de studiekosten als schuld in box 3 aangeven.

Het overgebleven deel van het persoongebonden budget dat op 1 januari van het jaar van aangifte op uw bankrekening staat moet u aangeven als schuld in box 3.

Bij deze categorie hoort de schulden voor financiering van aandelen die niet horen van de aandelen van een aanmerkelijk belang.

Dit is van toepassing als de schenking aan de volgende voorwaarde voldoet:

  • De schenking is vastgelegd in een noteriale akte bij de notaris
  • Over het geschonken bedrag betaalt u minimaal 6% rente
  • Ieder jaar betaalt de rente

Bedragen aan toeslagen die u moet terugbetalen

Bent u gescheiden en moet u kinderalimentatie betalen? Dan kunt u die schuld aangeven in box 3.

Op het saldo dat hieruit komt wordt een vast percentage van 4% toegepast. Het saldo dat gelijk is aan de 4% wordt gezien als belastbaar inkomen uit box 3. Over dit bedrag heft de belastingdienst 30%. In totaal betaalt u 1,2% inkomstenbelasting over het belastbaar inkomen uit vermogen, ook wel bekend als vermogensrendementsheffing.

Klik hier voor meer informatie over box 1

Klik hier voor meer informatie over box 2

Tip: Bereken uw bruto netto salaris


Discussie

Fatal error: Uncaught Error: Call to undefined function mysql_fetch_array() in /www/box3.php:225 Stack trace: #0 {main} thrown in /www/box3.php on line 225