Online Calculator en Rekentools

Wat is BTW


Hoe werkt BTW?


BTW (Belasting over de Toegevoegde Waarde) oftewel omzetbelasting, wordt geheven op de verwachte waarde die aan een product of dienst wordt toegevoegd, in elke fase van een productie- of distributieproces. Producenten en leveranciers verhogen de prijs van een product of dienst met het BTW bedrag. Achteraf betalen zij dit aan de overheid. De BTW die de producent of leverancier betaalt bij het inkopen van diensten of goederen, wordt achteraf teruggevorderd van de fiscus. Dit gebeurt door het tegen elkaar wegstrepen van betaalde en ontvangen BTW. Wat er netto onder de streep over blijft wordt dan verrekend met de fiscus.


BTW: een verbruiksbelasting

BTW wordt een verbruiksbelasting genoemd, wat betekent dat de eindconsument over het verbruik van goederen en diensten belasting moet betalen. De verbruiksbelasting is altijd bij de prijs van een product inbegrepen. De consument betaalt voor alle diensten en producten dus een prijs die inclusief de BTW is. De verkoper of producent van die dienst of dat product, draagt het BTW bedrag af aan de fiscus.

Deze verbruiksbelasting wordt uiteindelijk dus altijd door de consument betaald, maar gecollecteerd en afgedragen aan de overheid door de degene die de diensten en goederen aan de klant aanbiedt. Omdat de eindverbruiker de BTW betaalt, wordt deze belasting ook wel consumentenbelasting of gebruiksbelasting genoemd.

In Nederland kennen we twee vormen van verbruiksbelasting: de algemene en de bijzondere verbruiksbelasting.

Algemene verbruiksbelasting


In Nederland is BTW de enige algemene verbruiksbelasting. Het woordje algemeen betekent dat deze omzetbelasting voor bijna alle producten en diensten geldt, al bestaat er ook een nultarief en is er een lijst met vrijgestelde goederen en diensten, waarover later meer.

Nederland voerde de omzetbelasting in 1934 in, toen Nederland midden in een (financiële) crisis zat. Met de inkomsten uit deze verbruiksbelasting wilde de toenmalige regering het hoofd bieden aan die crisis. Er werd gesteld dat het om een tijdelijke maatregel ging, maar de opbrengsten en inkomsten van deze omzetbelasting waren zo groot dat de omzetbelasting sindsdien altijd is gebleven.

Onder druk van de Europese Gemeenschap, die een eenvormig omzetbelastingstelsel voor alle lidstaten wilde invoeren, werd in Nederland de Wet op de omzetbelasting 1968 opgemaakt. Die wet trad op 1 januari 1969 in werking.

De omzetbelasting is van de totale belastingopbrengsten een van de belangrijkste en grootste inkomstenbronnen van de Nederlandse overheid.

 

Bijzondere verbruiksbelasting


Naast de algemene verbruiksbelasting die hierboven werd besproken, kent Nederland ook de bijzondere verbruiksbelasting. Het woordje bijzonder betekent dat deze belasting voor specifiek aangewezen producten en diensten geldt. Dit zijn onder meer accijnzen op alcohol, brandstof en tabak. De overheid heft accijnzen om het gebruik van bepaalde goederen te ontmoedigen door die producten financieel onaantrekkelijk te maken en houden. De achterliggende gedachte is de schade die bepaalde producten kunnen toebrengen aan gezondheid of milieu.

Accijnzen worden naast (en niet in plaats van) omzetbelasting geheven. Een eindverbruiker betaalt dus bij de aanschaf van sigaretten of een krat bier zowel algemene verbruiksbelasting (BTW) als bijzondere verbruiksbelasting (accijns).

Je kunt erover twisten of accijnzen uitsluitend bedoeld zijn om de consumptie en het gebruik van die specifieke goederen te ontmoedigen of dat het mede ook als doel heeft om de kas van de overheid te spekken.

Indirecte belasting


BTW of omzetbelasting wordt dus geïnd door de belastingdienst, maar deze verbruiksbelasting wordt niet rechtstreeks door de consument aan de fiscus  betaald. Dit gebeurt via de laatste verkoper aan de eindverbruiker, bijvoorbeeld via winkeliers uit de detailhandel. De klant betaalt belasting bij het afrekenen de prijs waar de BTW bij inbegrepen is. De verkoper is vervolgens verplicht om de door de consument betaalde BTW aan de overheid af te dragen, namens de eindverbruiker dus. Vanwege het niet rechtstreeks betalen van de BTW aan de fiscus wordt deze omzetbelasting een indirecte belasting genoemd.

Voorbeelden van directe belastingen, waar de belastingdienst rechtstreeks belasting heft en de belastingplichtige dus direct en rechtstreeks aan de fiscus afdraagt en betaalt zijn: dividendbelasting, erfbelasting, kansspelbelasting loonbelasting en vennootschapsbelasting.

BTW, de tarieven


Nederland hanteert, net als de meeste Europese lidstaten, twee tarieven: een hoog en een laag tarief. Het hoge tarief staat sinds 1 oktober 2012 op 21% en het lage tarief staat al jaren op 6 %. Naast deze twee tarieven geldt er ook een nultarief voor bepaalde diensten en goederen en zijn er bepaalde diensten waar een vrijstelling van de BTW voor geldt.

Op verreweg de meeste producten en diensten wordt het hoge tarief van 21% geheven waar als regel geldt: tenzij uitdrukkelijk een ander tarief wordt vermeld, wordt de levering van goederen en diensten altijd tegen het hoge tarief wordt belast.

Voor bepaalde levering van producten en diensten geldt dus het lage tarief van 6%. Deze producten en diensten zijn vastgelegd in een speciale tabel (Tabel 1 genaamd) in de Wet op omzetbelasting 1968. Hierbij moet je onder meer maar niet alleen, denken aan goederen op het gebied van levensmiddelen voor menselijke consumptie, geneesmiddelen, boeken, dagbladen en kranten. Bij diensten die tegen het 6% tarief worden belast kun je denken aan: het repareren van fietsen, kleding, schoenen en lederwaren, personenvervoer, culturele en recreatieve evenementen en het bieden van sportgelegenheid.

Het nultarief


Over goederen die vanuit Nederland naar een ander land worden geëxporteerd wordt geen BTW berekend. Op die goederen is het zogeheten nultarief van toepassing. Bij het nultarief betreft dit met een moeilijk woord: een intracommunautaire levering. Van een intracommunautaire levering is sprake wanneer een product vanuit Nederland geleverd wordt aan een ander EU-land. Hierbij wordt de eis gesteld dat in het andere EU-land wel BTW geheven wordt. Dit is het geval als de goederen worden geëxporteerd naar een ondernemer in dat land; hij of zij doet dan de BTW aangifte in zijn eigen land. Voor de uit Nederland exporterende ondernemer geldt dan het nultarief. De eis dat de ondernemer in zijn eigen land BTW afdraagt geldt niet bij export naar een niet EU-land.

De exporterende ondernemer behoudt bij een intracommunautaire levering wel het recht op aftrek van de voorbelasting (de BTW die de ondernemer heeft betaald bij de inkoop van zijn of haar goederen). Dit is niet het geval bij ondernemers die zijn vrijgesteld van BTW.

Vrijgestelde diensten


Voor sommige goederen en diensten geldt een vrijstelling van de BTW. In Nederland zijn onder meer maar niet alleen, vrijgesteld: medicijnen op doktersrecept, het verlenen van medische hulp het geven van onderwijs, de meeste diensten die banken en verzekeraars aanbieden, het geven van kinderopvang en diensten van begrafenisondernemers.

 



Btw berekenen? Probeer dan nu onze tool


Discussie

Fatal error: Uncaught Error: Call to undefined function mysql_fetch_array() in /www/watisbtw.php:81 Stack trace: #0 {main} thrown in /www/watisbtw.php on line 81